Ik heb gemist
wat had kunnen zijn,
ik rende naast
een lege trein.

Ik had teveel de
bestemming in’t oog,
miste daardoor dat
de trein reeds bewoog.

Ik waagde de sprong,
de snelheid viel mee,
de reis leek begonnen,
maar jij sprong niet mee.

We hadden een doel,
maar planden verkeerd,
de trein die ik koos
staat nu uitgerangeerd.